Maandag bleek al dat het vorige week opgestarte overleg over een nieuw Interprofessioneel Akkoord voor de periode 2019/2020 moeizaam verloopt. Het loonrapport van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB) zegt dat de lonen de komende twee jaar maximaal 0,8 procent mogen stijgen, bovenop de index. De sociale partners moeten op basis van die loonmarge een nieuwe loonnorm onderhandelen voor opslag, maar de bonden lieten eerder al verstaan dat 0,8 procent voor hen niet voldoende is, terwijl werkgeversorganisatie VBO meldt dat de marge niet overschreden mag worden.

De drie vakbonden - ACV, ABVV en ACLVB - legden vervolgens het voorstel dinsdag voor aan hun achterban. De drie bonden kwamen tot het besluit dat de onderhandelingen in de Groep van 10 'in het slop zitten'. Zo hekelen ze de 'magere loonmarge' die het gevolg is van de hervormde loonwet van de huidige regering, klinkt het. Ander twistpunt is de 'starre houding op de werkgeversbank' inzake flexibiliteit, eindeloopbaan en minimumlonen.

Nationale staking

De vakbonden gaan over tot actie op het terrein, luidt het. De drie bonden plannen samen een nationale staking op woensdag 13 februari in alle sectoren, over heel het land. De bal ligt volgens de bonden nu in het kamp van de werkgevers en de overheid. De bonden eisen meer koopkracht. 'Als de economie erop vooruitgaat, moeten de werknemers in gelijke tred volgen', aldus Miranda Ulens, de nummer twee van het ABVV. 'We kunnen niet aan de mensen bieden waarop ze recht hebben.' 'Verder gaan op deze manier heeft geen zin', aldus Ulens.

Het einde van het sociaal overleg door de top van de sociale partners is niet definitief, klinkt het nog. Er kan nog worden onderhandeld, maar dat wordt heel moeilijk als de werkgevers op hun standpunt blijven dat de 'de wet de wet is'. De stakingsactie is evenmin definitief. Wanneer vakbonden en werkgevers niet tot een loonakkoord komen, moet normaal de regering de knopen doorhakken. Maar die minderheidsregering zit op dit moment in lopende zaken.