In de maanden voor de verkiezingen deed Trump er alles aan om de 'oneerlijke' handelspraktijken van China en Europa aan te pakken. Zijn visie dat de wereld jarenlang heeft geprofiteerd van de Amerikaanse economie kadert naadloos in de 'America First'-retoriek waarmee hij het tot president heeft geschopt. Maar wat is de impact van de handelsoorlog die hij zo ontketende en wat verandert nu de verkiezingen achter de rug zijn?

Handel is opnieuw een dankbaar verkiezingsthema gebleken voor Trump. De visie van Trump op internationale handel ligt in het verlengde van zijn duale wereldbeeld van winnaars versus verliezers: als de ene kant meer exporteert dan de andere, is die aan de winnende hand. Hij is daarnaast ook een deal maker pur sang. Hij doet niets liever dan de grote handelsverbanden (WTO, Nafta, EU, ...) uit elkaar te spelen door bilaterale deals te onderhandelen, waarin de Verenigde Staten een dominantere positie kunnen innemen. Zo is het geen toeval dat Trump op gezette tijden een 'gigantisch handelsakkoord' met het Verenigde Koninkrijk in het vooruitzicht stelt, om zo de druk op de brexit-onderhandelingen hoog te houden.

Sinds de zomermaanden schakelde de Amerikaanse president een versnelling hoger om de buitenlandse import naar de Verenigde Staten terug te schroeven, waarmee hij aanstuurde op een ware handelsoorlog. In juni voerde Trump de invoertaks geheven op staal en aluminium uit de Europese Unie, Canada en Mexico al gevoelig op. De laatste weken voor de verkiezingen was vooral China de gebeten hond. In september kwamen er importtarieven van 10 procent op 200 miljard dollar aan Chinese goederen die de Verenigde Staten binnenkomen. Begin volgend jaar zouden die zelfs stijgen tot 25 procent. Trump wil er alles aan doen om het handelstekort met China (zo'n 375 miljard euro in 2017), dat hem een doorn in het oog is, te verkleinen.

De VS profiteren, maar voor hoelang?

Op het eerste gezicht lijken de handelsbelemmeringen die Trump opwerpt, in het voordeel van Amerikaanse producenten te spelen, gezien zowel de binnenlandse vraag als de koopkracht ermee worden gestimuleerd. De sterke prestaties van de Amerikaanse aandelenmarkten ten opzichte van andere wereldregio's, de dynamische economische groei en de nog altijd uitgesproken positieve macro-economische indicatoren, lijken het succes van de 'America First'-aanpak nog te bevestigen.

Delen

Handelsoorlog als verkiezingsstrategie kan VS zuur opbreken.

Maar men mag niet uit het oog verliezen dat de Verenigde Staten intussen de top van de economische cyclus hebben bereikt, en dat er zelfs economische oververhitting dreigt. De enige manier waarop een economie, bij quasi volledige tewerkstelling, nog kan groeien is via arbeidsmigratie (waar Trump vanzelfsprekend geen voorstander van is), of door de productiviteit te verhogen. Protectionistische maatregelen dreigen die productiviteit evenwel te verlagen, doordat Amerikaanse producenten de toegang tot de meest efficiënte productie in een globale context wordt ontzegd.

De vergeldingsmaatregelen die zowel Europa als China namen na het verhogen van de importtarieven, nopen Trump bovendien tot fiscale steunmaatregelen om de binnenlandse producenten te compenseren. Denken we maar aan de 12 miljard dollar die hij beloofde aan de Amerikaanse boeren. In een periode waarin het Amerikaans begrotingstekort is opgelopen door een expansief begrotings- en fiscaal beleid en de Amerikaanse economie voor een recessie staat, kan dat de inflatie nog verder opdrijven.

Temeer omdat een escalatie van importheffingen ook voor de Amerikaanse burger dreigt te leiden tot een hoger prijsniveau, en ook ten koste zal gaan van de winstgevendheid van bedrijven in de Verenigde Staten. Een bijkomend probleem voor Trump is het feit dat, door de toegenomen animositeit als gevolg van de handelsoorlog, buitenlandse investeerders mogelijks minder bereid zullen zijn het Amerikaans begrotingsoverschot te financieren (bijvoorbeeld door Amerikaanse obligaties te kopen). En dat net in een periode waarin de Fed verder haar bankbalans afbouwt en daarmee liquiditeit uit de markt onttrekt.

Einde van het spierballengerol

Op termijn dreigt het zich te onttrekken aan de internationale handel de Amerikaanse producent en burger dus zuur op te breken. In het bijzonder omdat de andere machtsblokken wel hun handelsrelaties verder uitbouwen. Denken we maar aan de recente Europese handelsakkoorden met Japan (juli) en Vietnam (oktober), en de lopende onderhandeling met de Mercosur-landen en Australië. Ook de Aziatische landen zitten niet stil. Momenteel maakt de technologische sector zo'n 25 procent uit van de handel tussen de Verenigde Staten en Azië. Indien de handelsoorlog met China ontspoort, zullen bijvoorbeeld de producenten van technologische componenten in Taiwan en Zuid-Korea een keuze moeten maken tussen de twee grootmachten, waarbij China aan het langste eind zou kunnen trekken.

Is Trump zich hier dan niet van bewust? We mogen aannemen van wel. De huidige situatie toont vooral aan dat het nooit wenselijk is wanneer een handelsbeleid gedreven wordt door een politieke agenda. Nu de verkiezingen achter de rug zijn lijkt het aannemelijk dat het gezond verstand gaat primeren op de stoere retoriek rond importtarieven en vergeldingsmaatregelen. Maar dit zal nog wat tijd kosten en gepaard gaan met wat geopolitiek spierballengerol, en laat dat nu net iets zijn waar de financiële markten een hekel aan hebben.