opinie

'De geneesmiddelenindustrie is geen liefdadigheidskransje'

Stilaan groeit de kritiek op het geneesmiddelenbeleid in ons land. Transparantie is geen luxe, oordeelt Trends-redacteur Roeland Byl.

© Belga

Wie ziek is, betaalt graag om te genezen. De farmasector probeert overal ter wereld die bereidheid financieel te maximaliseren. En dat is haar goed recht. Uiteindelijk is de geneesmiddelenindustrie geen liefdadigheidskransje, maar een miljardenbusiness die winst moet maken. Het resultaat is dat nieuwe geneesmiddelen bijzonder duur zijn.

Minister van Sociale Zaken Maggie De Block (Open Vld) benadrukte in het parlement dat patiënten niet het slachtoffer mogen zijn van die exploderende prijzen. Het is haar taak de balans tussen betaalbaarheid en toegankelijkheid in de ziekteverzekering te bewaren.

Volgens het officiële discours loopt de farma in het gareel dankzij het toekomstpact dat de minister in 2015 met de sector heeft afgesloten. Maar stilaan groeit de kritiek op het geneesmiddelenbeleid. De prijsvolumecontracten met de farmasector zijn daarbij het onderwerp van discussie. Die zogenoemde artikel 81-contracten laten toe nieuwe therapieën sneller terug te betalen. Intussen bedragen ze al bijna een kwart van het geneesmiddelenbudget. Iedereen, inclusief de farmasector, geeft toe dat een uitzonderingsmechanisme de regel is geworden.

De geneesmiddelenindustrie is geen liefdadigheidskransje.

De beslissing over de toekenning van de contracten volgt niet de geijkte Riziv-kanalen, maar is het resultaat van rechtstreekse onderhandelingen op het kabinet. Daarbij zijn de afspraken over de prijskortingen een onderdeel van een geheime bijlage. Dat gebrek aan transparantie is een probleem. Het Rekenhof en het Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg hebben daar al op gewezen, maar ook artsen en ziekenfondsen maken er zich zorgen over. De enige stakeholder die niet mort, is de farmasector zelf. Nochtans ziet die elk jaar het bedrag te betalen prijskortingen stijgen: dat liep in enkele jaren tijd op van 54 miljoen in 2015 tot 357 miljoen in 2018.