Wat is de meest kenmerkende economische trend van onze tijd? In één woord: schuldverslaving. Overheden, bedrijven, gezinnen: ze blijven de schulden opstapelen, zowat overal ter wereld. De totale wereldschuld bedraagt al meer dan drie keer de dollarwaarde van de totale jaarlijkse wereldeconomie, zowat 250.000 miljard. We leven systematisch boven onze stand, ook in Europa, ook in België.

Economen kunnen uitleggen dat schulden economische groei stimuleren, een recessie kunnen vermijden en dat nieuwe groei eerdere schulden kan goedmaken. Dat zal wel zijn. Maar dat de schuldgraad globaal blijft toenemen, jaar na jaar, bewijst dat we het punt van economische rendabiliteit al lang zijn gepasseerd.

Schulden zijn ook een morele kwestie. Wat zit er achter schulden? De oudere generaties met vermogen kunnen intrest verdienen door geld uit te lenen. De huidige generaties kunnen profiteren van de schulddoping. De volgende generaties mogen de rekening oprapen. Wie op schulden drijft, wie geld maakt zonder onderliggende waarde, verknecht of verarmt uiteindelijk de toekomst, meestal beide.

Dat is het fundamentele morele bezwaar tegen de ecologische dromerij die geld wil bijdrukken voor klimaatinvesteringen. Dat is een dromerij die de collectieve verslaving aan geld zonder waarde verergert en verdiept. Dat is een illusie van gratis groen, van geld dat aan de bomen groeit en van de persen rolt.

De beruchte keizer Nero manipuleerde al de geldomloop door de hoeveelheid zilvermetaal in de zilveren Romeinse munten te verminderen. We gaan terug naar die keizerlijke diefstal als we denken dat geld bijdrukken waarde bijmaakt. Wie artificieel meer geld in omloop brengt, kan niet anders dan de waarde van de munt te ondermijnen en dus verarming te organiseren. Check even in Venezuela.

Potsierlijk is de argumentatie dat 'groene kwantitatieve versoepeling' wel mogelijk en wenselijk moet zijn als de centrale banken eerder de financiële crisis met kwantitatieve versoepeling hebben bestreden. De kern van elke financiële crisis is liquiditeitstekort. Banken durven niet te lenen en investeerders willen niet investeren. Precies door op dat moment geld bij te pompen, kan het monetaire beleid een negatieve spiraal van een recessie naar een depressie vermijden. Dat is gebeurd na 2008.

De ambitie om ecologie via de geldpers te manipuleren is volksbedrog.

We staan niet op de rand van economische depressie. Het monetaire beleid is geen onschuldig alternatief voor de reguliere politiek. Als een selecte club van centrale bankiers de geldstroom versoepelt, dan injecteren ze doping die de aandelenmarkten dient en meer schulden genereert. Wie naar het monetaire beleid grijpt, doet dus aan herverdeling, vaak in het voordeel van de grote vermogens die de financiële markten kunnen bespelen en die aan nieuw geld kunnen verdienen.

De groene revolutionairen willen nog een stap verder gaan. In hun visie moeten centrale banken ecologische onderaannemers worden die geld draineren naar groene doelen. Dat is niet alleen een agenda van sluikse ontwaarding en herverdeling, het is ook een agenda om onafhankelijke instellingen schaamteloos te politiseren. Het gaat niet meer om algemene liquiditeit ten bate van vrij economisch initiatief. Het gaat om predestinatie van artificieel geld richting politieke doeleinden. Dat is monetair totalitarisme.

Het is niet onmogelijk om financiële markten te mobiliseren voor ecologie. Centrale banken die activa aankopen als onderdeel van hun mandaat, kunnen daarin ecologisch selectief zijn. Voor private investeerders zijn groene investeringsvehikels legio. Er zijn publieke investeringsmechanismen, bijvoorbeeld de Europese Investeringsbank. Er zijn mogelijkheden om investeerders en investeringsfondsen algemeen richting duurzaamheid te overtuigen.

Dat alles gebeurt al, en meer. Dat is prima. Van een heel ander kaliber is de ambitie om ecologie via de geldpers te manipuleren. Dat is volksbedrog dat moeilijke politieke keuzes wil maskeren door centrale banken te politiseren. Ruïneuze groene alchemie is niet de weg naar duurzaamheid.