In de enquête van de twee kranten, bij iets meer dan 1.000 volwassenen en met een foutenmarge van 3 procent, gaf 52 procent aan dat zijn of haar vertrouwen in de banken is verminderd sinds de bankencrisis. Maar 4 procent zegt meer vertrouwen te hebben. De overige 44 procent heeft evenveel - of even weinig - vertrouwen. Dat ondanks maatregelen als stevigere kapitaalbuffers en strenger toezicht.

Belgische banken, banken mét kantoren (dus niet alleen online) en overheidsbanken blijken meer vertrouwen te genieten. Ook de twijfel over de financiële gezondheid de banken is niet weg. Een meerderheid van de respondenten (54 procent) denkt dat zijn of haar bank in de toekomst (opnieuw) in financiële problemen komt.

Het wantrouwen uit zich ook in de kosten. Twee op de drie respondenten zijn van mening dat de banken de kostprijs van de crisis hebben afgewenteld op hun klanten, door de vergoeding te verlagen die ze bieden op het spaargeld en door hogere commissies aan te rekenen voor allerlei diensten. Niet verwonderlijk dus dat 57 procent vindt dat de bankkosten te hoog zijn en dat 62 procent van mening is dat de banken de belangen van hun aandeelhouders laten voorgaan op die van hun klanten.

Drie kwart vindt voorts dat de CEO's te veel verdienen. Sectorfederatie Febelfin stelde eerder al vast dat het vertrouwen in de banken laag blijft, ondanks alle inspanningen en maatregelen. Die volstaan niet om de perceptie te keren, luidde het. 'We slagen er nog onvoldoende in om onze meerwaarde voor de samenleving aan te tonen. We zullen daar nog heel wat extra inspanningen voor moeten doen', aldus Febelfin.