Het is verleidelijk om smartphones puur te zien als de zoveelste technologie in een lange reeks technologieën waarvan mensen over hun toeren raken. Telegrafen, telefoons, radio's, films, televisie, videospelletjes, zelfs boeken - allemaal veroorzaakten ze paniek toen ze voor het eerst werden geïntroduceerd, en allemaal bleken ze minder schadelijk dan mensen vreesden.

Maar hoewel ik geen onrust wil stoken, had Steve Jobs wel gelijk: smartphones zijn echt anders. Ze zijn in een heleboel goede opzichten anders, dat is duidelijk. Maar smartphones praten ook terug. Ze zeuren aan ons hoofd. Ze storen ons als we aan het werk zijn. Ze eisen onze aandacht op en belonen ons als we die aandacht geven. Smartphones vertonen ontwrichtend gedrag dat vroeger alleen door zeer irritante mensen werd vertoond. Bovendien geven ze ons toegang tot het complete internet. En in tegenstelling tot eerdere technologieën houden wij ze voortdurend bij de hand.

Delen

Smartphones praten terug. Ze zeuren aan ons hoofd. Ze storen ons als we aan het werk zijn. Ze eisen onze aandacht op en belonen ons als we die aandacht geven.

Smartphones zijn ook een van de eerste populaire technologieën die specifiek zijn ontworpen om te zorgen dat we er tijd op doorbrengen. Tristan Harris, een ex-productmanager bij Google die mensen tegenwoordig bewust probeert te maken van het feit dat hun apparaten hen manipuleren, zegt hierover: 'Achter je telefoon uit de jaren zeventig zaten geen duizend ingenieurs die hem voortdurend aanpasten... om hem steeds onweerstaanbaarder te maken.'

Voorpublicatie: 'Smartphones worden ontworpen met de bedoeling dat we er veel tijd op doorbrengen'

© -

Misschien is dit wel een van de redenen waarom Jobs - de man die de iPhone introduceerde - zijn eigen kinderen maar beperkt toegang gaf tot de producten van zijn bedrijf. 'Ze hebben hem nog niet gebruikt,' zei hij, toen Nick Bilton, technologieverslaggever van The New York Times, hem vroeg wat zijn kinderen van de iPad vonden.'We beperken thuis het technologiegebruik van onze kinderen.'

Hetzelfde geldt voor Microsoft?oprichter Bill Gates en zijn vrouw Melinda, die hun kinderen pas op hun veertiende een telefoon gaven. Volgens Bilton zijn er in de technologiesector heel veel directeuren en durfkapitalisten die 'de beeldschermtijd van hun kinderen strikt aan banden leggen'. Dat zag hij als een teken dat 'deze technologie?ceo's iets lijken te weten wat de rest van ons niet weet'.

Steeds meer deskundigen op het gebied van geestelijke gezondheid concluderen dat dit 'iets' het risico op verslaving is. Dit lijkt misschien een dramatische term - we hebben het over een apparaat, niet over een drug. Maar verslaafd raken kun je niet alleen aan drugs of alcohol, dat kan ook aan bepaald gedrag, zoals gokken of zelfs sporten. En verslavingen zijn er in allerlei gradaties; je kunt ook ergens verslaafd aan zijn zonder dat het je leven verwoest.

Verslaving is te definiëren als iets steeds weer opzoeken (drugs bijvoorbeeld, of gokken), ondanks de negatieve consequenties ervan. In zijn boek The Brain That Changes Itself geeft de Canadese psychiater Norman Doidge de volgende algemene kenmerken van verslaving: 'Verslaafden hebben minder controle over de activiteit in kwestie, zoeken deze dwangmatig op ondanks de negatieve consequenties, ontwikkelen er een zodanige tolerantie voor dat ze een steeds hoger niveau van stimulatie nodig hebben om voldoening te bereiken en ervaren ontwenningsverschijnselen als ze de verslavende handeling niet kunnen uitvoeren.'

Delen

Telefoon- en appmakers zijn zich niet alleen bewust van de neurologische effecten van hun producten, ze stouwen ze ook vol met functionaliteiten die die effecten oproepen.

Deze omschrijving is zeker van toepassing op de verhouding die veel mensen met hun smartphone hebben. En veel technologiebedrijven lijken de term zelf ook te gebruiken (in een marktanalyse van Microsoft Canada stond een paginagrote infographic met de tekst 'Er is duidelijk sprake van verslavingsgedrag als het gaat om technologie, met name bij jonge Canadezen'). Maar geen probleem als het woord verslaving je niet aanstaat - je mag het noemen hoe je wilt. Waar het om gaat, is dat veel van de chemische stoffen en beloningscircuits in onze hersenen die ons een goed gevoel geven bij een verslaving, ook vrijkomen en geactiveerd worden als we onze telefoon checken.

Een ander punt is dat revolutionaire technologieën niet zomaar 'langskomen', zoals Jobs het verwoordde; ze worden ontworpen. Telefoon? en appmakers zijn zich niet alleen bewust van de neurologische effecten van hun producten, ze stouwen ze ook vol met functionaliteiten die die effecten oproepen - met het expliciete doel ons zover te krijgen dat we zo veel mogelijk tijd en aandacht aan onze apparaten besteden. Binnen de sector noemen ze dat 'gebruikersbetrokkenheid'. Waarom leggen bedrijven daar zoveel nadruk op? Omdat dat de manier is waarop ze geld verdienen.

Daarmee wil ik niet beweren dat technologiebedrijven er bewust op uit zijn mensen schade toe te brengen (integendeel, veel mensen die er werken willen de wereld juist beter maken), en het is belangrijk om te benadrukken dat de eigenschappen die smartphones potentieel problematisch maken tegelijkertijd de eigenschappen zijn die ze zo gebruiksvriendelijk en leuk maken. Neem de mogelijkheid om eraan verslaafd te raken weg, en je neemt alle redenen weg waarom we zo van onze smartphones houden.

Delen

De eigenschappen die smartphones potentieel problematisch maken, zijn tegelijkertijd de eigenschappen die ze zo gebruiksvriendelijk en leuk maken.

Maar het feit dat zoveel directeuren van technologiebedrijven grenzen stellen aan het technologiegebruik van hun eigen kinderen duidt erop dat zij de voordelen niet altijd vinden opwegen tegen de nadelen - blijkbaar willen ze hun gezinsleden zelfs beschermen tegen de apparaten die ze maken. Het principe van de drugsdealer gaat ook op in Silicon Valley: 'Nooit high worden van je eigen spul.'

Ik maak het uit! verschijnt op 19 maart bij uitgeverij Atlas Contact. Meer info op de website.