Tijdens de verkiezingscampagne had Donald Trump zich al uitgesproken voor protectionistische maatregelen om de Amerikaanse economie te versterken. Met de invoering van importheffingen op staal en aluminium voegt hij nu de daad bij het woord.

Op korte termijn kan dit om electorale redenen en voor sommige sectoren aantrekkelijk lijken, maar de geschiedenis heeft uitgewezen dat de macro-economische impact van dergelijke maatregelen desastreus is: niet alleen voor de wereldeconomie maar ook en vooral voor de Amerikaanse economie zelf.

Het komt er nu op aan om als Europese Unie als één blok op te treden en kordaat en proportioneel te reageren zonder te vervallen in een protectionistisch opbod.

Ons land heeft bijzonder veel te verliezen bij een terugkeer naar een wereldwijde, protectionistische handelspolitiek: 1 op de 6 Belgische banen is het gevolg van export en buitenlandse handelsstromen maken 85 procent uit van ons bbp, wat bijna het dubbele is van het eurozonegemiddelde.

Daarbij zijn we ook meer en meer afhankelijk van de uitvoer naar landen buiten Europa. Hoewel die maar 24 procent van onze directe export vertegenwoordigt (waarvan de VS als 5de belangrijkste handelspartner goed zijn voor 6 procent), is het werkelijke belang groter.

Bovendien wordt verwacht dat 90 procent van de wereldwijde groei in de komende decennia buiten Europa zal worden gerealiseerd. We kunnen een terugkeer naar een wereld met bilaterale tolmuren en andere handelsbarrières dus missen als kiespijn.

Handelsoorlog

En toch is het dat waar Donald Trump zeer bewust op aanstuurt. Hij schijnt daarbij te denken dat een internationale handelsoorlog werkt als een gevecht om marktaandelen tussen twee concurrerende bedrijven. Wat het ene bedrijf wint, verliest het andere: een zero-sum game dus.

Internationale handel laat echter toe dat de bedrijven uit een land zich specialiseren in een resem activiteiten waar ze comparatieve voordelen in hebben, waardoor consumenten en bedrijven van andere handelspartners betere en goedkopere goederen en diensten kunnen kopen dan ze ooit binnenlands hadden kunnen kopen (en omgekeerd!).

Delen

President Trump, ken uw geschiedenis

Daardoor ontstaan globale, geïntegreerde waardeketens die grote productiviteitswinsten mogelijk maken en leiden tot zeer aanzienlijke win-winsituaties voor de wereldeconomie in haar geheel én voor elk land afzonderlijk. Het leeuwendeel van de nooit geziene welvaartscreatie sinds WO II kan zo worden toegeschreven aan het openen en integreren van markten voor internationale handel.

Dit gebeurt sinds 1947 stelselmatig binnen het multilaterale kader van de WTO. Trump kiest echter voor een unilateraal discours. Hij wil land per land gaan bekijken of er uitzonderingen kunnen worden gemaakt op de voorziene importheffingen op staal en aluminium en heeft Mexico en Canada alvast uitgezonderd in de hoop hen zo te brengen tot een betekenisvolle herziening van NAFTA.

Hij probeert met andere woorden iedereen uit elkaar te spelen vanuit de gedachte dat de VS hun recht van de sterkste kunnen laten gelden en met individuele handelspartners 'betere deals' uit de brand kunnen slepen. De EU is trouwens allesbehalve een gevaar voor de Amerikaanse nationale veiligheid: een uitzondering is dan ook op zijn plaats.

Het resultaat hiervan is dat iedereen zal verliezen. Amerikaanse consumenten zullen hun koopkracht zien achteruitgaan door het duurder worden van ingevoerde of binnenlands geproduceerde goederen. Amerikaanse bedrijven die afnemer zijn van staal of aluminium zullen hun concurrentiepositie zien verzwakken.

Andere Amerikaanse bedrijven zullen dan weer botsen op nieuwe internationale tolmuren die bij wijze van represaille zullen worden ingevoerd door andere handelsblokken.

Geschiedenis

Het ergste aan heel deze saga is dat de VS dit desastreuze pad al eens eerder hebben bewandeld. Na het uiteenspatten van een aandelen- en vastgoedbubbel in oktober 1929 en de daaropvolgende economische en financiële crisis, hadden twee senatoren (Smoot en Hawley) immers het idee opgevat om de binnenlandse industriële sectoren en de landbouwsector af te schermen van buitenlandse concurrentie door de invoerheffingen fors op te trekken.

Het resultaat was rampzalig voor de wereldeconomie en vooral voor de Amerikaanse economie zelf: de globale wereldhandel nam tussen 1929 en 1934 met maar liefst 66 procent af. De Amerikaanse economie kromp tussen 1929 en 1933 met 27%, met massale werkloosheid, armoede en zelfs hongersnood tot gevolg.

Ongetwijfeld kent Gary Cohn, Trumps voormalige topadviseur, de economische geschiedenis van zijn land zeer goed en kon hij zich niet vinden in maatregelen die diezelfde weg op gaan.

Als Europa toch zou worden getroffen, dan pleit het VBO voor een krachtige maar proportionele reactie van de Commissie, in lijn met het recht van de WTO, om de belangen van de betrokken Belgische en Europese industrieën veilig te stellen.

Geen opbod

Wij roepen de Europese en Amerikaanse autoriteiten op om zich niet te laten verleiden tot een opbod. Het is niet omdat de Verenigde Staten een maatregel nemen die de eigen consumenten en bedrijven met duurdere goederen en diensten opzadelt dat Europa datzelfde catastrofale pad moet inslaan: op korte termijn zullen de staalprijzen in de VS immers stijgen en bijgevolg ook de prijzen voor de Amerikaanse bedrijven-afnemers en consumenten.

Dreigen met importheffingen op Amerikaanse symboolproducten zoals jeans, cosmetica, whisky en Harley-Davidsons, lijkt in eerste instantie misschien wel aantrekkelijk, maar dit ook uitvoeren gaat vooral ten koste van de eigen burgers en bedrijven en betekent vooral meestappen in het heilloze en destructieve verhaal van Trump. En in dat verhaal zijn er geen winnaars, alleen maar verliezers.