Het euvel heeft te maken met de stormachtige groei die China de afgelopen decennia heeft doorgemaakt. Die groei is de laatste jaren wat aan het afzwakken. Door het aangaan van leningen wordt geprobeerd het groeitempo toch zoveel mogelijk vast te houden, met als resultaat een flinke schuldenberg.

De ongebreidelde kredietgroei in China heeft ook geleid tot de opkomst van allerlei schaduwbanken. Dat zijn instellingen die niet onder het reguliere financiële toezicht vallen. Daarnaast bestaat er in China nog steeds een tendens om slechtlopende firma's koste wat het kost in stand te houden, in plaats van ze failliet te laten gaan. Dit gebeurt met name op lokaal niveau.

Volgens het IMF is het zaak dat China zijn financiële toezicht en de regelgeving voor banken verbetert. Er zou bijvoorbeeld een centraal orgaan moeten komen dat zich bezighoudt met financiële stabiliteit en zorgt voor meer coördinatie tussen toezichthoudende instanties. Verder zullen banken hun buffers geleidelijk moeten opvoeren, om beter voorbereid te zijn op financiële schokken.

Het is niet voor het eerst dat het IMF begint over de schuldenproblemen in China. De Chinese overheid erkent de ernst van de situatie inmiddels en financiële stabiliteit is er tot topprioriteit gemaakt, constateert het fonds. Toch moet er nog een hoop gebeuren.