Midden jaren zeventig ging de werkende Belg rond 64 jaar met pensioen. Vanaf de tweede helft van dat decennium begonnen we ineens vroeger met pensioen te gaan. Nu gaapt er gemiddeld een kloof van vier jaar tussen de feitelijke en de officiële pensioenleeftijd van de Belgen - een record. Die kanteling heeft een naam: brugpensioen.
...