De regering-Michel heeft opvallend snel een akkoord bereikt over de begrotingscontrole 2017. Maar het is een illusie te denken dat de sanering van de Belgische overheidsfinanciën op koers is. De federale regering hoopt dit jaar op een begrotingstekort van 1,7 procent van het bbp. Twee jaar geleden was de doelstelling voor 2017 een tekort van 1 procent en evenwicht in 2018. De 'Schwarze Null', zoals de Duitsers een sluitende begroting noemen, is verder af dan ooit.

Delen

Een sluitende begroting is verder af dan ooit

De regering-Michel pakt uit met een begrotingscontrole zonder belastingverhogingen en harde besparingsmaatregelen. Het gaat hoogstens over technische correcties. De regering kan onder andere rekenen op de lagere kosten van de notionele-intrestaftrek (325 miljoen euro) en lagere intrestlasten (47 miljoen euro). Ook hoopt de regering op extra inkomsten en minder uitgaven door een hoger dan verwachte jobcreatie. Het Monitoringcomité had een inspanning van 313 miljoen euro gevraagd, de regering telde daar een buffer van 559 miljoen euro bij. Bijna 900 miljoen wordt dus zonder pijnlijke ingrepen gevonden.

De begroting voor 2017 zit daarmee op koers naar het afgesproken tekort van -1,7 procent, is te horen bij premier Charles Michel. Dat tekort verklaart meteen waarom deze begrotingscontrole zo snel en gemakkelijk werd afgerond. De voorbije jaren heeft de regering-Michel de begrotingslat steeds lager gelegd. Dan is het niet moeilijk om de doelstellingen te realiseren.

Kris Peeters, Charles Michel en Jan Jambon

Kris Peeters, Charles Michel en Jan Jambon © Belga

Delen

Wie de doelstellingen elk jaar neerwaarts bijstelt, heeft geen recht op applaus als die bereikt worden.

In april 2014 -weliswaar nog onder Di Rupo- had de federale regering zich voorgenomen om in 2017 een begrotingsoverschot van 0,6 procent te realiseren. Een jaar later, in april 2015, was die doelstelling al bijgesteld naar een tekort van 1 procent van het bbp. In het voorjaar van 2016 volgde een nieuwe aanpassing: een deficit van 1,4 procent. En bij de opmaak van de begroting 2017 in november vorig jaar was er plots sprake van een gepland tekort van 1,7 procent dit jaar.

Wie de doelstellingen elk jaar neerwaarts bijstelt, heeft geen recht op applaus als die bereikt worden. De goednieuwsshow van de regering-Michel dat de sanering van de overheidsfinanciën op koers is, is dan ook een illusie. Premier Charles Michel (MR) beweerde vorige week in een interview nog dat een begrotingsevenwicht in 2018 een doelstelling moet blijven. Als het niet een nominaal begrotingsevenwicht is, dan tenminste een structureel evenwicht (gecorrigeerd voor eenmalige maatregelen en conjuncturele schommelingen). Maar om een structureel begrotingsevenwicht te bereiken moet dit jaar nog 4,4 miljard gesaneerd worden. Om een nominaal begrotingsevenwicht te halen is een inspanning van bijna 7 miljard euro nodig.

Delen

De huidige beleidsploeg verschilt amper van de regeringen-Di Rupo, Van Rompuy, Leterme of Verhofstadt

Onmogelijk voor een regering die steeds meer in lopende zaken lijkt te gaan. En dat terwijl de budgettaire uitdagingen gigantisch blijven. De huidige en volgende regeringen staan de komende jaren voor een budgettaire inspanning van bijna 40 miljard euro. Er is de vergrijzing die op termijn tot 5 procent van het bbp extra zal kosten (20 miljard in euro's van vandaag). Er is het tekort van 7 miljard dat moet worden weggewerkt. Er zijn extra inspanningen in overheidsinvesteringen nodig (tussen 1 en 2 procent van het bbp of 4 tot meer dan 8 miljard euro). En onder druk van de VS moeten de defensie-uitgaven met 1 procent van het bbp stijgen (meer dan 4 miljard euro). De regering-Michel lijkt deze opdrachten naar de volgende regeringen door te schuiven. Op dat vlak verschilt de huidige beleidsploeg amper van de regeringen-Di Rupo, Van Rompuy, Leterme of Verhofstadt.