De zaak die de curatoren van de failliete Optima Bank opgestart hebben tegen de voormalige top van de bank, omdat ze 'kennelijk grove fouten' gemaakt zouden hebben, is onbepaald uitgesteld. Dat heeft de rechtbank van koophandel in Gent beslist, in afwachting van de uitkomst van het gerechtelijk onderzoek naar het faillissement van de Optima Bank.

Optima Bank werd op 15 juni failliet verklaard door de Gentse rechtbank van koophandel. Het gerechtelijk onderzoek naar de bank was kort daarvoor gestart nadat de Nationale Bank aanwijzingen van strafrechtelijke inbreuken overmaakte aan het parket van Oost-Vlaanderen. Ook de curatoren van de failliete Optima Bank hadden een aantal 'mogelijk strafrechtelijke inbreuken' vastgesteld en meegedeeld aan het parket.

De curatoren hebben drie procedures opgestart tegen de bestuurders en directieleden van de NV Optima Bank en de NV Optima Group, de commissaris-revisor van de Optima Bank en de Nationale Bank van België.

In een eerste zaak voor de rechtbank van koophandel in Gent zijn alle bestuurders en directieleden gedagvaard die in functie waren vanaf 30 juni 2014 tot de faillissementsdatum. 'Daarbij worden de kapitaalverhogingen per 3 juli 2014 en per 31 december 2014 in het vizier genomen, kredieten verstrekt aan personen en entiteiten gelieerd aan de Land Invest Group, betalingen voor niet geleverde prestaties, en de vertrouwensbreuk met de NBB waardoor het vermogen van de bank ernstig werd aangetast. Deze kennelijk grove fouten hebben bijgedragen tot het faillissement', stellen de curatoren.

Het gaat onder meer om Jeroen Piqueur, Jan De Paepe, Jo Viaene en Luc Van den Bossche. De rechtbank van koophandel stelde de zaak echter onbepaald uit omdat het gerechtelijk onderzoek, waarin Piqueur en zijn zoon en dochter een tijdlang in de cel zaten, nog loopt.